parool manuscripten

Eind november kwamen vijfendertig families uit Timboektoe in Bamako bijeen voor overleg over de 3 a 400 duizend manuscripten die vorig jaar uit de bezette woestijnstad gesmokkeld zijn. De tijd is nog niet rijp om de oude geschriften terug te brengen. Maar wat willen de families dat er in de tussentijd met de paperassen gebeurd? Hebben ze daar nog wel iets over te zeggen?

Directeur Abdel Kader Haïdaira doet de met leer gepolsterde deuren van zijn werkkamer open. De airco ruist zachtjes, de aangeboden stoel voelt koud aan. Haïdara is aangesteld door de vijfendertig boekenverzamelaars uit Timboektoe: de families Haïdara, Maiga, Touré, Ag, Sanogo, Counta, Ouled en Cisse. “Peul, Bambara, Songhai, Toeareg en Arabieren, de erfgenamen uit Timboektoe bestaan uit alle ethniciteiten”, zegt Haïdara.

In de hoofdstad van Mali hebben de 300 à 400 duizend manuscripten van Timboektoe – sommigen 900 jaar oud, andere honderd – een toevluchtsoord gevonden. Ze zijn verdeeld over tien gehuurde panden, onder meer gefinancierd door het Prins Claus Fonds. Ze liggen in kleurige metalen kisten die in Mali als bruidskist dienst doen. Duitsland kocht dertien klimaatregelaars om de lucht te ontvochten, hard nodig tijdens de regenmaanden van Bamako. Ook andere ambassades en ngo’s helpen financieel mee.

De locaties zijn geheim want de manuscripten zouden een doelwit kunnen zijn voor terroristen. Op straat in Bamako zeggen mensen dat de boeken in Marokko liggen of dat ze in een grot in de woestijn zijn begraven. Maar als een kennis hoort over mijn bezoek aan het manuscriptenproject, zegt hij: “Oh, die liggen bij mij in de straat opgeslagen.” Een publiek geheim dus.

Directeur Haïdara is directeur van Sauvegarde et Valorisation des Manuscrits pour la Défense de la Culture Islamique. Ook in Timboektoe speelde hij al een coördinerende rol voor de tientallen kleine bibliotheken. Toen duidelijk werd dat de manuscripten niet veilig waren in Timboektoe, wist hij de families ervan te overtuigen ze met hem mee te geven. De eerste impuls van de boekenfamilies was om ze ter plaatse te verstoppen.

Haïdara loopt trappen op, opent wat deuren en presenteert de restauratieafdeling. Aan werktafels zitten mensen met witte handschoenen. Ze lezen, bladeren, plakken en slaan gegevens op in de computer. Het raam staat open en er waait een warme wind binnen. Oog in oog met de oude manuscripten! Ik zag ze eerder in Timboektoe, een jaar voor de crisis in het noorden. De oude leren banden ogen nu verweesd. De omgeving is te high tech en tl-verlicht vergeleken met de rommelige boekenkasten in Timboektoe, waar ze schuilden achter vensters van kippengaas en gebarsten glas.

“Zoals je ziet zijn ze nu veilig”, zegt Haïdaira, “Maar toen de manuscripten met veel moeite en inspanning in Bamako aankwamen, volgde een groot probleem. Waar moesten we met die duizenden kisten heen? Het zijn er zo veel. Het Prins Claus Fonds – die ons ook al met de redding had geholpen- bood een oplossing. De tien panden werden in de haast gehuurd. Tweede probleem was de luchtvochtigheid in Bamako, daarvoor kwamen dertien klimaatregelaars.” Het volgende probleem is hoe nu verder te gaan. Boeken moeten praten, hun stem moet worden gehoord.”

Hij telt de actiepunten af op zijn vingers: “Om de boekenschat te ontsluiten moeten de manuscripten gerestaureerd worden, de meerderheid verkeert in zeer precaire staat. Ze moeten gecategoriseerd worden zodat ze terug te vinden zijn. Wetenschappers moeten research doen naar hun inhoud. En uiteindelijk moeten ze gezien worden, via exposities of pagina voor pagina gescand zodat ze ook in New York te lezen zijn. Alles voor de promotie van de bibliotheken van Timboektoe.”

Het belang van de manuscripten dringt nu ook door tot de boekenfamilies. “Ze erkennen dat de waarde van de boeken hun familiebelang overstijgt. Daarom gaven ze de manuscripten ook mee. Het getuigt van grote moed.” Sommige families sjouwden hun handgeschreven erfenis al eeuwenlang rond. Toen de Fransen eind van de negentiende eeuw Timboektoe koloniseerden, werden de rollen en boeken verstopt. Sommige verzamelingen lagen zestig jaar lang begraven in het zand. Toen families Timboektoe verlieten tijdens de Toeareg rebellieën in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, gingen de manuscripten mee in de diaspora. Veel manuscripten keerden pas de laatste decennia weer terug naar Timboektoe.

Nu zijn ze voor de zoveelste keer ontheemd. “Vijfennegentig procent van de manuscripten is gered, de rest ligt verstopt in de woestijn”, zegt Haïdara. De huidige collectie in Bamako is eigenlijk in tweeën te delen. Het overgrote deel (3 a 4 honderd duizend stuks) is van de vijfendertig families. Dan zijn nog 30 duizend manuscripten afkomstig van het Cedrab-instituut. Zuid-Afrika tekende voor de bouw van een prachtige bibliotheek in hartje Timboektoe en financierde sinds 2002 een restauratie- en researchafdeling. Deze 30 duizend manuscripten – waaronder de meest waardevolle- zijn nu in handen van de Malinese overheid. Haïdara gaat niet direct over deze boeken maar heeft er wel voor gezorgd dat ook daar klimaatregelaars staan.

De directeur is deze week druk bezig met de geplande ontvangst van de 35 boekenfamilies uit Timboektoe. Ze hebben een groot vertrouwen in de directeur die bij hun manuscriptenverzameling in Bamako is gaan wonen, ver weg van zijn stad Timboektoe. “Ze weten dat de manuscripten terugkomen zodra de condities in Timboektoe geschikt zijn.  Maar eerst moeten ze hun bibliotheken herbouwen, alles is kapotgeslagen of verbrand. Bovendien verkeren veel manuscripten in slechte staat. Ze hebben restauratie nodig.”

Tijdens de bijeenkomst wordt dan ook gesproken over conservatie van de manuscripten. “Maar het is geen voorwaarde. De families kunnen elke dag zeggen: Hier met die boeken! Maar ik denk dat de boeken – samen met mij – allemaal in één reis terug naar Timboektoe gaan. Of het nou over drie maanden is of over een jaar. Ons enige doel is de terugkeer van de manuscripten. Het wordt een heel groot feest. De hele wereld zal het zien. ”

De voordeur van het neutrale kantoorpand in Bamako slaat dicht. Aan de gevel is niet te zien dat hier historische schatten liggen opgeslagen. En eenmaal de straat uit, is het pand weer onvindbaar. De wind voert stof aan, de laatste regenbui van het seizoen was al weer een paar weken geleden. Perfecte condities voor papieren woestijnbewoners. Pas over acht maanden moeten de klimaatregelaars weer aan.

Stem uit het verleden:

‘Ik ben geschreven rond het jaar 1200. Toen de schrijver klaar was, rolde hij mij op. Ik ben veel gelezen en er zijn aantekeningen in mijn kantlijn gemaakt. Ik ben in zadeltassen vervoerd en heb  zestig jaar begraven gelegen in het zand van de Sahara. Je kunt bijna door mij heen kijken. Een aanraking of een wolkje damp kunnen mijn einde betekenen. Dan val ik voor altijd in zacht poeder uiteen.

De laatste twintig jaar stond ik  in een glazen kast in Timboektoe. De hoge temperaturen conserveerden mijn papyrusvezels, het stof van de woestijn kon mij niet deren en de aangename droogte bracht me kalmte en een vals gevoel van veiligheid. Mijn nieuwste eigenaar – de zoon van de zoon in kwadraat – trok witte handschoenen aan als ik getoond moest worden aan toeristen. Elke keer scheurde ik een beetje meer.

Soms werd ik op hoge toon opgeëist. Ik moest naar een bibliotheek. Ik zou met cellulosepap versterkt worden. Een onderzoeker wilde mijn zinnen scannen op een computerscherm. Mijn leren verpakking met de lange veters voorzien van een nummer. Een nummer waarmee  ik in een verzameling zou passen. Ik was niet van mijn eigenaar, ik was van de hele wereld.

Nu ik in een metalen kist begraven lig, duizend kilometer weg van Timboektoe, droom ik van de droogte, het felle licht en het gele zand. Ik hunker naar de witte handschoenen van mijn eigenaar. Ik buig pijnlijk door onder het gewicht van leren korans met gouden pagina’s en geïllustreerde boeken over sterrenkunde. Zal ik weer zestig jaar in duisternis doorbrengen?

In mijn zinnen staat beschreven hoe in het jaar 1200 over eigendom en erfrecht werd gedacht. Ik ben een juridisch geschrift, mensen zouden van mij kunnen leren. Nu de zoveelste generatie barbaren is weggejaagd uit Timboektoe, zouden ze me misschien eindelijk kunnen gebruiken. Mijn land Mali leeft in duisternis wat grondbezit betreft. Een arme boer kan zomaar van zijn land gegooid worden als hij niet de juiste papieren heeft. Zelfs al bewerkte zijn overgrootouders dezelfde Sahelgrond.

Ik praat maar door in het duister maar nu hoor ik voetstappen. Komen ze me halen? Een schuivend metalen geluid. Mijn kist wordt verplaatst. Ik hoor een sleutel van een hangslot draaien. Zou het mijn eigenaar zijn? Trekt hij zijn witte handschoenen aan?  Rol mij open, breek mij lichtjes, laat de zon over mijn inktstreken vallen… Lees mij!

De laatste keer dat ik hem zag, was op een maanverlichte nacht in 2012.  Hij stopte ons in aluminium bruidskisten. Daarna werd de kist achterop een brommer geladen en naar de Niger gereden. In het holst van de nacht brachten ze ons in duizenden metalen kisten aan boord van een wankele houten boot. In een week tijd voeren wij naar Bamako, de hoofdstad van Mali, tegen de stroom in. Namens de boekenfamilies van Timboektoe werden tien panden gehuurd en ze installeerden klimaatregelaars voor onze fragiele substantie. Daarna bleef het heel lang stil. Niemand mocht weten waar wij waren. ‘

Bamako, eind november 2013

(Het Parool, 8 november 2013)