Esther Bakker maakt een wandeling rond het dorp Abcoude in krap drie uur, met koffie halverwege. Terwijl ze loopt, registreert ze per meter, per voetstap, wat ze ziet en wat er in haar lichaam gebeurt. Al lopend brengt ze het wandelen in kaart. Van de mensen in de Middeleeuwen die te voet gingen bij gebrek aan beter, de wandelende dichters uit de romantiek tot aan vrijgezelle leraren Latijn met rode wandelsokken die de Zwitserse bergen in trekken. Tegenwoordig lopen miljoenen mensen. Ze vliegen naar Peru om af te zien in de Andes, ze boeken een luxe trektocht in Toscane of beperken zich tot stukjes van het Pieterpad. Het boek beschrijft de wereld van de moderne loper: hoeveel kilometers moet je maken om serieus te worden genomen en wat is het geheim van de ademende jas?

Verschijnt binnenkort in nieuwe druk als e book bij Uitgeverij Fosfor